Discussie over terrorismefinanciering verstoort Fintech innovatie

Recentelijk zijn afspraken gemaakt over samenwerking tussen overheidsinstanties en de private sector om terrorismefinanciering met digitale valuta zoals Bitcoin op te sporen.

Afgelopen maandag, op 11 januari, hebben 50 landen tijdens de top van het Global Counterterrorism Forum (GCTF) en de Anti ISIS-coalitie, afspraken gemaakt over de strijd tegen terrorisme. Vanuit Nederland riep minister Koenders, naast repressie, op tot preventieve maatregelen. Een onderdeel van de maatregelen betreft een samenwerking met de private sector om terrorismefinanciering op te sporen. De publiek private opsporingssamenwerking bevat een focus op anonieme betaalvormen zoals de digitale valuta Bitcoin.

Met alle aandacht voor de negatieve aspecten van digitale valuta dreigt het risico dat makkelijk voorbij wordt gegaan aan de positieve impact die digitale valuta en de onderliggende blockchain technologie kan hebben. In de financiële markten zorgt het open karakter van de innovatie inmiddels voor flinke verbeteringen. Teveel aandacht voor de negatieve aspecten zou kunnen leiden tot een verstijfde houding en een remmende werking op de innovatie. Als we kijken naar landen om ons heen kunnen we concluderen dat verdere vertraging van de adoptie van de techniek een belemmerende invloed kan gaan hebben op de concurrentiepositie van Nederland in de financiële markten van de komende decennia.

Eenzijdige benadering lost problemen niet op

De combinatie van een negatieve grondhouding ten opzichte van innovaties rond digitale valuta lijkt in ons land te leiden tot een eenzijdige benadering door de overheidsinstanties en dreigt voorbij te gaan aan de cruciale verbeterkansen voor de financiële markten die mogelijk worden met cryptocurrency. De mix van kansen en risico’s die met digitale – relatief anonieme – betaaloplossingen is geïntroduceerd maken het adequaat handelen voor toezichthouders van de financiële markten geen sinecure.

Vorige maand, tijdens het Emerce eFinancials congres van 13 december sprak Arno Voerman uitvoerig over de ontwikkelingen rond Fintech en het Financieel toezicht, waarbij hij de ontwikkelingen rond de bedrijvigheid in de Bitcoin industrie van Nederland adresseerde. Arno werkt als partner van advocatenkantoor van Doorne N.V. en is onder meer gespecialiseerd in Fintech en innovatieve betaaldiensten.

In zijn voordracht stipte Voerman verschillende problemen aan uit de dagelijkse praktijk van startups in hun contact met de gevestigde sector. Hierbij noemde hij de richtlijn van De Nederlandsche Bank (DNB) voor banken om niet in zee te gaan met Bitcoin-bedrijven een oekaze en liet hij problemen die de pioniers met banken hebben de revue passeren. Het niet kunnen krijgen van een bankrekening van banken en de aanhoudende onzekerheid over regelgeving en het verkrijgen van vergunningen is voor de ondernemers het grootste probleem. “Dit is een ontwikkeling die niet goed is voor de BV Nederland”, aldus Voerman. Met zijn kantoor laat hij DNB zien welke risk-tooling de Bitcoin bedrijven gebruiken. “Ik kan verklappen dat dat behoorlijk ver gaat” vertelt hij zijn publiek in pakhuis de Zwijger.

De Bitcoin industrie in Nederland zorgt zelfstandig voor een goede compliance manual die door de bedrijven wordt gehanteerd. Deze kan vervolgens door banken worden geaccepteerd, waarna de toezichthouder binnen haar bestaande netwerk en procedures met een gerust hart kan beoordelen wat deze bedrijven doen.

De discussie over terrorismefinanciering vormt een risico voor Fintech innovatie
De sentimenten rond vermeend Bitcoin gebruik voor terrorismefinanciering dreigen het zicht op de kansen te vertroebelen. Het risico bestaat dat de dialoog het voor de toezichthouders ingewikkeld maakt om keuzes te maken. Het gevolg is dat heldere richtlijnen blijvend op zich laten wachten en de voorspelbaarheid binnen deze prille markt achterop begint te lopen met het buitenland. Het resultaat van de afwachtende reactie is een aanhoudende onzekerheid die leidt tot reguleringsarbitrage. “Op het moment dat toezichthouders bepaalde sectoren niet willen omarmen, dan zie je dat partijen en startups gaan kijken of ze het elders kunnen halen” zegt Voerman. Hij noemt als voorbeeld bedrijven in de Bitcoin-industrie die in Luxemburg kijken of ze daar wél een vergunning kunnen krijgen als betalingsinstelling. Een dergelijke vergunning is van grote waarde voor de ondernemingen omdat het risico’s voor investeerders wegneemt. Het resultaat is een soort toezichtarbitrage waarbij partijen kijken waar ze makkelijk de gewenste vergunningen kunnen krijgen.

Een regulatory sandbox

In Engeland laten ze zich, ondanks het verleden van terroristische aanslagen, niet van de wijs brengen. Er wordt in Londen door de autoriteiten behendig ingesprongen op de ontwikkelingen vergeleken met de trage beleidsontwikkelingen in de rest van Europa. Zo werpt de Financial Conduct Authority (FCA), de Engelse evenknie van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), zich op als Fintech-hub waar je snel een vergunning kunt krijgen. Ze bieden een ‘regulatory sandbox’ aan waarin je als startup kunt experimenteren met de techniek. Dit is een soort proeftuin waarin meteen kan worden gestart terwijl de autoriteiten meekijken, zonder dat van meet af aan een vergunning nodig is. “Voor Nederland zou iets dergelijks fantastisch zijn, als dat zou kunnen” aldus Voerman.

Ontwikkelingen zoals in Engeland lijken geen invloed te hebben op de Nederlandse autoriteiten. In het Nederlandse toezicht wordt de door het bedrijfsleven begeerde proeftuin-opstelling vooralsnog geen onderdeel van het beleid. Ook de recente uitspraak van het Europese Hof, dat handel in bitcoins – net als de handel in traditionele valuta – binnen Europa binnen de vrijstelling van de btw-richtlijn valt, heeft nog geen effect gehad op de wijze waarop de autoriteiten omgaan met alle vernieuwingen. De legitimiteit die Bitcoin heeft verkregen tijdens het zeven jarige bestaan heeft nauwelijks verandering gebracht in de afwachtende houding van de Nederlandse autoriteiten.

Het wachten is op Europese samenwerking

Voorlopig overheerst bij de Nederlandse autoriteiten de teneur dat de oplossing voor de problemen van de innoverende ondernemers dient te komen vanuit de samenwerkende Europese toezichthouders. Een route die niet snel voor verbeteringen lijkt te kunnen zorgen. We zien op dit vlak bijvoorbeeld rond de introductie van de Europese betaalrichtlijn PSD2 (Payment Services Directive 2) een lastige discussie over techniek ontstaan, waar de Brusselse onderhandelaars niet uit komen, omdat dit terrein is gemandateerd aan de Europese Bankautoriteit. Het gevolg hiervan is dat markpartijen, zoals een bank, consequent onduidelijkheid ervaart.

Specialisten als Voerman, die opereren in de Blockchain- en cryptocurrency industrie, zijn ondanks alle traagheid vaak positief gestemd over de toekomst. Ze verwachten dat de autoriteiten uiteindelijk zullen uitkomen op de juiste keuzes waarbij ze zekerheid combineren met ruimte voor innovatie.

De vraag die overblijft is of in Nederland het verandervermogen van het toezicht, het vertrek van de belangrijkste bedrijvigheid naar progressievere regio’s – zoals in Luxemburg, Singapore en Londen – voor kan blijven. Een nuchtere kijk van bestuurders op de ontwikkelingen rond terrorismefinanciering met valuta zoals Bitcoin kan hierbij wel eens van cruciaal belang zijn en misschien moeten we ook hierin een voorbeeld nemen aan onze westerburen.